Vierde kranslegging bij het RAF-RAAF monument, ingehuldigd in 2005

Op het einde van de vergadering verraste Désiré Beeck ons nog met een muzikaal toemaatje! Waarvoor dank.
Hieronder vind u de huidige samenstelling van het bestuur.
Mario Van Essche : voorzitter - Hugo Lejon : ondervoorzitter - Jef Van Iseghem : secretaris - Marie Doms : penningmeester - Jan Bocken - Geert Bourguignon - Filip Doms – Erwin Sollie : bestuursleden-project-team - Herbert Crol - Sally Scheerens - Rudy Staes – Josephine Volkaerts - Daniël Wijnants : bestuursleden - Alex Vandevelde : Bestuurslid - afgevaardigde van het Onafhankelijkheidsfront - Bertje Palma-Ureel en Georges Joris : ere-voorzitters - Julien Palma : ere-penningmeester - Victor Godin : afdelingspeter - Frida Nauwelaers : afgevaardigde Mechelse Cultuurraad - Eddy Stas - Walter Van Bockhaven : medewerkers - Luc Claus : webmaster
Toespraken door Provinciegouverneur Antwerpen Mevr. Cathy Berx en Lucas van der Taelen - regisseur ‘De Laatste Getuigen’.
De muziekkapel van de Belgische luchtmacht zorgde voor een passende en serene muzikale opluistering van de plechtigheid. Ter nagedachtenis van de zes miljoen slachtoffers werden zes kaarsen aangestoken door overlevenden van de nazivervolgingen en door zes kinderen van de Joodse scholen.

Het ‘Keil Malei Rahamim’ en het ‘Kaddisj’ (gebeden voor de overledenen) werden gezongen door Hershl Fink, overlevende van de concentratiekampen.
toespraak Lucas Van Der Taelen.
foto: magazine Joods Actueel mei 2009.

Nadien werden de nationale hymnen van de geallieerden gespeeld op de Grote Markt. Spijtig genoeg, nog steeds samen met de Vlaamse Leeuw. Dat valt sterk te betreuren, want die is daar niet op zijn plaats.
Ook een speciale felicitatie aan de Koninklijke Muziekkapel van de Mechelse politie en eveneens aan de diensten van het stad voor de puike organisatie en de receptie.
Mario Van Essche en Jef Van Iseghem leggen bloemen neer.
4de van links: Mevr. Bertje Palma-Ureel en oud-politieke gevangenen,
Filip Claes, Jean Volckaerts en Déiré Beeck -
foto: Eddy Cooremans

via website Atheneum boom

Hij was één van de drie jonge mannen, samen met Livschitz en Franklemon, die er in slaagden het XXste Konvooi vanuit de Dossinkazerne naar de Concentratiekampen te stoppen en gevangenen te bevrijden. Een ware heldendaad en enig in de toenmalige bezette gebieden. Robert Maistriau was de enige nog in levende held van de drie. Er werden herinneringen opgehaald aan zijn verzetsdaad, met getuigenissen van Regine Krochmal en Simon Gronowski, beiden overlevenden van dit konvooi.
Na WOII trok Robert Maistriau naar Belgisch Congo, waar hij zich erg manifesteerde op humanitair vlak. Niet toevallig een held dus! Ook de zoon en kleinzoon waren aanwezig bij de herdenking. De sessie werd aangenaam opgeluisterd met muziek van koor en een brassband, maar eveneens met een Afrikaanse djembespeler, verwijzend naar de Afrikaanse periode van Maistriau.
Een herdenking met universeel karakter dus! Speciale felicitaties aan Mark Michiels, de organisator. Hij slaagt erin elk jaar opnieuw een bijzonder aangrijpende en prachtige herdenking te brengen!
De verzetsactie
Gewapend met één revolver, een stormlamp en rood papier dwongen Youra Livschitz (Georges Livchitz), Robert Maistriau en Jean Franklemon, oud-klasgenoten van het Atheneum te Ukkel, de Jodentrein te stoppen op de spoorlijn Mechelen–Leuven tussen Boortmeerbeek en Haacht.
Dit is een uniek feit in de geschiedenis van de Holocaust. Nergens in Europa is tijdens de Tweede Wereldoorlog een bevrijdingsactie uitgevoerd op een Jodentransport.
Het XX-ste konvooi werd begeleid door een commando van de Sicherheitspolizei dat speciaal uit Duitsland kwam.
Het bestond uit één officier en 15 manschappen.
Ondanks deze bewaking slaagde Maistriau erin één treinwagon te openen waarvan 17 ontsnapten. In totaal konden 231 Joden ontsnappen. Van hen werden 90 gedeporteerden weer gepakt en op een volgend transport gezet; 26 personen werden bij hun vlucht gedood en 115 gedeporteerden slaagden in hun ontsnapping.
De jongste vluchteling was amper 11 jaar en heette Simon Gronowski. Ook Regine Krochmal, een achttienjarige verpleegster uit het verzet, wist te ontvluchten. Met een broodmes zaagde ze de houten stangen door die voor een luchtopening waren aangebracht, waarna ze uit de rijdende trein sprong in de buurt van Haacht. Beiden hebben de oorlog overleefd.
bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Twintigste_treinkonvooi
Op een druilerige verkiezingsnamiddag, terwijl de meeste thuis de uitslagen op televisie volgende, was de stadsschouwburg in Mechelen toch volledig gevuld met mensen die kwamen luisteren naar prachtige muziek.


Na een korte toespraak van de conservator-directeur van het Joods Museum Ward Adriaens, werd er een brief uit het dagboek van Anne Frank voorgelezen.
Het werd muisstil in de zaal en dat zou zo blijven gedurende voorstelling.
En toen mocht Paula Semer de eerste artiesten aankondigen:
Della Bosiers en Ben Van Der Linden. Della Bosiers zong zowel nederlandstalige als franstalige nummers. Zij kregen een staande ovatie waarna zij nog het onovertroffen Jefke bracht.
Na een korte pauze werden er foto's getoond van de concentratiekampen, om zoals Stef Bos het zou mooi verwoordde : "Als we het vergeten, begint het weer opnieuw." (Hier Vertrok De Trein).

En toen was het tijd voor Liesbeth List. Zij bracht eerst de Mauthausen-liederen, begeleid door het Theodorakis-ensemble Xavier Roels. Ook zij werd bedacht met een staande ovatie.
Maar de namiddag was nog niet om.
Paula Semer herinnerde er de mensen nog even aan dat de opbrengst van het concert voor het goede doel was. Het geld ging naar "De Lage Drempel" en "De Keeting".
Bovendien brachten de organisatoren nog even hulde aan de overlevenden van de kampen.
En na dit kort intermezzo, was het weer aan mevrouw Liesbeth List.
Zij bracht nummers van Brel, maar ook een nummer van Frank Boeijen en een ode aan Ramses Shaffy. Afsluiten deed zij met Non Rien De Rien (Edith Piaff). Het leverde haar een tweede staande ovatie op.
bron: tekst, www.Zangtalent.be - foto: MediaWatchers 2009 - Bart Schelkens


Deze tentoonstelling was een dermate groot succes, dat besloten werd om zijn collectie onder te brengen in een museum onder zijn leiding.
In de loop der jaren werd onder zijn bezielende leiding van het museum steeds verder uitgebreid. Hierdoor was de beschikbare ruimte in Veghel op den duur niet meer voldoende en werd naar een nieuwe locatie uitgekeken. Defensie stelde toen het prachtige voormalig mobilisatiecomplex aan de Sonseweg in Best ter beschikking en in 1996 werd begonnen met de overhuizing.
Op 17 september 1997 werd het museum heropend in aanwezigheid van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard der Nederlanden.
In 2007 achtte Jan Driessen de tijd gekomen om zijn museum over te dragen aan de huidige eigenaar. De naam van de eerste museumhal, de ‘Jan Driessen Hal’, is een blijvend eerbetoon aan hem.
bron: www.wingsofliberation.nl
In totaal werden ruim 31.000 mensen tussen januari 1943 en september 1944 korte of langere tijd opgesloten in het kamp. Naast 12.000 joden zaten in Vught onder meer politieke gevangenen, verzetsstrijders, Sinti en Roma ('zigeuners'), Jehovah's Getuigen, zwervers, zwarthandelaren, criminelen en gijzelaars.
Van hen vonden zeker 749 kinderen, vrouwen en mannen in het kamp de dood door honger, ziekte en mishandeling. Van hen werden 329 gevangenen geëxecuteerd op de fusilladeplaats even buiten het kamp.
Veel gevangenen werden vanuit Vught naar vernietigingskampen op transport gezet. Dat gold met name voor de joodse gevangenen. Berucht zijn bijvoorbeeld de twee 'kindertransporten’.

Op zaterdag 5 juni 1943 wordt bekend gemaakt dat alle joodse kinderen weg moeten uit het kamp. Op 6 juni vertrekken de kinderen van 0 tot 3 met hun moeder. De volgende dag de oudere kinderen van 4 tot 16 met hun vader of moeder.
Er wordt gezegd dat de kinderen naar een speciaal kinderkamp in de buurt zullen gaan. Maar de treinen gaan naar het doorgangskamp Westerbork.
Ten minste 1269 joodse kinderen uit kamp Vught werden via Westerbork gedeporteerd naar Sobibor in Polen. Daar zijn ze vrijwel direct na aankomst om het leven gebracht.
Op het terrein van Nationaal Monument Kamp Vught herinnert het Kindergedenkteken aan deze transporten.
Op het kindergedenkteken staan de namen en de leeftijden van de 1.269 joodse kinderen die in juni 1943 zijn weggevoerd.
Sinds de oprichting van het monument zijn meer namen bekend geworden, waardoor nu 1.296 namen bekend zijn.
De transporten worden jaarlijks in juni herdacht.
bron: www.nmkampvught.nl

Plechtigheid aan het monument te Kiezegem met toespraken van Mevr. Chris Desaever-Cleuren, burgemeester en door de Nationale voorzitter van de N.C.P.G.R. Bloemenhulde en slotwoord door plaatselijke voorzitter.
Na de plechtigheid werd in het 'Ontmoetingscentrum' een receptie aangeboden door het gemeentebestuur. Het Infolokaal over de gebeurtenissen in augustus 1944 was die dag toegankelijk.

Programma:
14.00u. aankomst verzameling legervoertuigen op de Grote Markt
18.30u. Oud-strijders, gelijkgestelden en genodigden met doedelzakspelers gaan van stadhuis gaan naar het Monument der Gesneuvelden voor een bloemenhulde en terug naar Grote Markt.
19.00u. plechtigheid op de Grote Markt met hijsen van de vaandels van de geallieerden en spelen van de hymnen door de Koninklijke Harmonie van de Mechelse Politie.
19.30u. receptie op het stadhuis en concert op de Grote Markt door de Koninklijke Harmonie van de Mechelse Politie
Op 4 september 1944 rollen de eerste geallieerde tanks de Grote Markt op. foto : Mechelen blogt

De film belicht de vaak vergeten vervolging van homoseksuelen door de nazi’s. In het Derde Rijk werd homoseksualiteit beschouwd als een zonde die ongewenst was binnen de gezonde volksgemeenschap.
Net als andere bevolkingsgroepen die niet pasten binnen het ideaalbeeld van de nazi’s, zoals Joden en zigeuners, werden homoseksuelen het slachtoffer van vervolging.
Joden en zigeuners werden echter het slachtoffer van systematische uitroeiing in de vernietigingskampen, terwijl homoseksuelen terecht kwamen in de concentratiekampen.
Men schat dat tussen 1933 en 1945 circa 100.000 homoseksuele mannen door de nazi’s werden opgepakt, waarvan er tussen de 5.000 en 15.000 terecht kwamen in concentratiekampen.
Hier waren ze te onderscheiden door de roze driehoek op hun gestreepte gevangeniskleding. In de concentratiekampen werd getracht om homoseksuelen te genezen van hun ‘ziekte’ door hen te vernederen en onmenselijk hard te laten werken.
Ook gebeurde het dat ze met datzelfde doel werden gecastreerd of het slachtoffer werden van gruwelijke experimenten. Homoseksuelen werden door kampbewakers vaak nog brutaler behandeld dan andere gevangenen. Hun levensverwachting was om al deze redenen laag. Hoeveel homoseksuelen in de kampen omkwamen is onduidelijk.
Meer dan 500 leerlingen van het secundair onderwijs woonden onze filmdagen bij.
Menige vragen werden nadien gesteld in het debat met Politieke Gevangenen en leden van het Verzet.
Dank aan de deelnemers, getuigen en aan Goedele De Veuster van het Cultuurcentrum Mechelen.